Nieuws

19 juli 2017

Maandbericht - "Al lerende leren wij" (7)

De zomervakantie biedt ons tijd voor ontspanning en onthaasting, én voor bezinning en reflectie. Geen overbodige luxe in een tijd waarin we vooral worden aangesproken op de effectiviteit en efficiëntie van ons onderwijs. 

Maandbericht -
Daarom blijft het belangrijk om ons werk in het juiste perspectief te plaatsen. Aan de ene kant om te beseffen dat de vraag waar het ons wel en niet om te doen zou moeten zijn, van alle tijden is. Aan de andere kant moeten we onszelf wel degelijk de kritische vraag durven stellen of ons onderwijs didactisch en pedagogisch goed genoeg is.

 

 

Een veelgehoorde, en wat mij betreft zeer terechte, klacht van leerkrachten is dat de werkdruk te hoog is en dat de bureaucratische rompslomp te groot is, waardoor ze de kinderen niet de optimale aandacht kunnen geven. Onderstaande twee stukjes tekst maken duidelijk dat bureaucratische ballast echter geen nieuw fenomeen is:

 

“Na de vakantie werden we verrast met een wijziging van onze instructie: in ‘t vervolg moeten we van onze klas een ‘register’ bijhouden, waarin van week tot week wordt aangetekend wat we behandelen en hoe de vorderingen der leerlingen zijn……. Maar ik vind het toch een geluk dat ons onderwijs niet afhangt van zulke controle. Stel je eens voor dat we geen andere reden hadden om met onze klassen te doen wat we doen – en geen andere reden dan dat we ‘t in een schrift moeten zetten…… Wat hebben onze kinderen aan ons werk dat op papier staat? Op papier kan alles – op papier ga je desnoods in de vakantie gemoedelijk door met les, op papier kun je verslag doen van nooit gegeven onderwijs. Maar onze kinderen zullen ‘t moeten hebben van het wel gegeven onderwijs.”

Uit: Theo Thijssen, De gelukkige klas, 1926

 

“Protocollen, statistieken,

Curven en getalrubrieken,

Catalogiseren, schiften,

Dagrapporten, klasseschriften,

Alles klopt perfectum hier

In mijn schooltje-van-papier.”

Uit: Jan Boer, Schoolmeesterschap. Pedagogische poëzie. 1946

 

Dat roept de vraag op wat nu de pijlers onder goed onderwijs zijn. Begin juni was ik met zo’n dertig schoolbestuurders en directieleden in de Mariënhof, een voormalig klooster in het centrum van Amersfoort, en hoorde ik de waarschuwende woorden van Wilna Meijer en Gert Biesta, twee onderwijspedagogen, aan. Verus had hen uitgenodigd, omdat deze twee geleerden grondig hebben nagedacht over onderwijspedagogiek.

Zij vertelden over de aard van het onderwijs en wezen op twee essentiële aspecten daarvan:

  1. de ‘didactische driehoek’, waarvan de hoekpuntposities worden ingenomen door de leraar, de leerling en de leerstof;
  2. het vakmanschap van de leraar, dat onderwijs geven tot zeer bijzonder werk maakt.

Beide pijlers die de aloude verhoudingen binnen het onderwijs stutten, zijn in de moderne tijd in een nieuw daglicht geplaatst. De didactische driehoek is (helaas) omgesmeed tot een speerpunt, gericht op de leerling die tot prestaties moet worden gebracht. En de leraar wordt tegenwoordig (helaas) aangemerkt als producent van ‘leeropbrengsten’, zoals de gemiddelde eindtoets-score.  

 

Met Wilna Meijer en Gert Biesta ben ik van mening dat gewerkt moet worden aan eerherstel van ‘de didactische driehoek’ en ‘het vakmanschap van de leraar’. De hamvraag is natuurlijk hoe we als schoolbestuur en directies samen vorm en inhoud aan deze opdracht geven. Na de zomervakantie pakken we deze draad weer op, maar het is nu eerst tijd om nieuwe ervaringen op te doen en te leren door er op uit te trekken.

 

Voor wie niet (letterlijk of figuurlijk) over grenzen heen heeft leren kijken, is (en blijft) de wereld piepklein. “Als leraren één taak hebben, dan is dat wel de wereld voor hun leerlingen openen”, stelt opvoedingsfilosoof Fedor de Beer. “Een gegronde mening en een brede kijk op de wereld is niet te vormen zonder je te verdiepen in hoe het ook anders zou kunnen zijn.” Daarom sluit ik deze ‘zomerboodschap’ graag af met de wijze woorden van christelijk filosoof Augustinus (354-430): “De wereld is een boek. Wie niet reist, leest enkel één bladzijde.”       

 

Willem de Jager,

College van Bestuur SCPO Lelystad                                                              juli 2017