Wat gebeurt er als je als schoolteam besluit om niet te denken in beperkingen, maar in mogelijkheden? Als je niet uitgaat van wat een leerling níét kan, maar van de volgende stap die wél gezet kan worden? Binnen SCPO Lelystad krijgt dat vorm onder de noemer ruimte voor groei. Dit is een manier van kijken, denken en doen – gedragen door mensen als Chris Klaver, Roekmien en Hafidjan.
Zien wat een kind nodig heeft
Voor Chris Klaver, kwaliteitsmedewerker binnen de stichting, begint alles bij één kernvraag: wat heeft dit kind nodig om de volgende stap te zetten?
“Ruimte voor groei betekent dat de leerkracht ziet wat het kind kan en wat het nodig heeft om de volgende stap te zetten. En dat je daar ook echt op kunt aansluiten.”
Dat vraagt om hoge verwachtingen. Chris ziet hoe bepalend die houding is. “Leerkrachten die denken: dit kan hij toch niet, creëren een self-fulfilling prophecy.” Met andere woorden: wat je verwacht, beïnvloedt wat er gebeurt.
Hij pleit ervoor om verder te kijken dan het basisniveau. “We zien dat er vaak lesgegeven wordt op het niveau dat ‘voldoende’ is. Maar er zijn zoveel leerlingen die die stap verder kunnen zetten. Die moeten we wel uitdagen.”
Die uitdaging zit niet alleen in moeilijkere sommen of hogere doelen, maar ook in het gesprek. In vragen die aanzetten tot denken. In feedback die verder gaat dan goed of fout. In leerlingen meenemen in hun eigen leerproces, zodat ze snappen waar ze naartoe werken – en waarom.
Van analyse naar actie
In de klas van Roekmien, schoolleider van 3sprong, is het daarmee eens. Zij staat voor groep 8 en begeleidt daarnaast zwakkere rekenaars in de bovenbouw. Haar aanpak begint bij een grondige analyse.
“Eerst kijk ik naar de CITO- of IEP-toetsen. Waar vallen kinderen precies op uit? Daarna observeer ik in de klas en voer ik rekengesprekken. Zo krijg ik een totaalbeeld.” Dat totaalbeeld is essentieel. Pas als duidelijk is wat ontbreekt en hoe een leerling denkt, kan ze gericht begeleiden. En dat doet ze met toewijding. Soms zelfs buiten schooltijd om.
Ze vertelt over een leerling die op meerdere basisvakken zwak stond. Roekmien adviseerde om het kind een jaar te laten doubleren, om sterker de bovenbouw in te gaan. “Ik ben haar heel intensief gaan begeleiden. Ik nam werk mee naar huis, keek waar de fouten zaten en gaf extra instructie.”
Het resultaat? Een verwachte uitstroom richting vmbo werd uiteindelijk havo. “Tot de dag van vandaag zijn die ouders mij dankbaar.” Voor Roekmien is dat waar het om draait: “Daar doe je het voor.”
Tegelijkertijd weet ze dat groei geen toeval is. Het vraagt om een schoolbrede blik. Na haar master Learning & Innovation ging ze zich steeds meer richten op grotere vraagstukken, zoals het rekenonderwijs op schoolniveau. “We zagen een lichte daling. Toen dacht ik: dit wil ik oppakken.”
Ze leest wetenschappelijke artikelen, bezoekt conferenties en deelt inzichten met collega’s. “Als je nieuwe dingen wilt uitproberen, moet je draagvlak creëren. Bewijs laten zien dat het werkt. Dan krijg je uiteindelijk bijna iedereen mee.”
“Ik geloof niet dat een kind het niet kan”
Waar Roekmien sterk inzet op analyse en gerichte begeleiding, spreekt bij Hafidjan vooral het vuur. Zij geeft les aan een combinatiegroep 4-5 en werkt in een wijk waar leerlingen het soms extra hard nodig hebben dat iemand in hen gelooft.
“Ik geloof niet dat een kind het niet kan,” zegt ze resoluut. “Ze verdienen het gewoon. Het is onze plicht om eruit te halen wat erin zit.” Voor haar begint ruimte voor groei bij het aanbieden van de juiste leerstof. “Je kunt een kind niet toetsen op iets wat je het niet goed hebt aangeboden. Ze moeten de ruimte krijgen om te oefenen, om zich de stof eigen te maken.”
Heldere doelen spelen daarin een grote rol. Haar leerlingen kennen de missie van de klas. Ze weten wat er van hen verwacht wordt. Consequentie is daarbij belangrijk, maar altijd in een positief klimaat.
“Als er spanningen zijn of ruzies, kom je niet tot leren. Dus veiligheid eerst. En als er iets speelt, dan bespreek ik dat met de hele klas. We hebben samen een afspraak.”
Zij betrekt ouders nadrukkelijk bij het proces. “Het is echt een samenwerking. Ouders kennen hun kind het best. Als zij vertrouwen hebben in jou, dan werkt dat door naar het kind.”
Een voorbeeld dat is bijgebleven, is een leerling die in groep 6 binnenkwam met een rekenniveau van eind groep 3. Door gerichte begeleiding, veel contact met de bijlesdocent en vooral een positieve benadering, groeide zij in twee jaar tijd twee niveaus. “Ze zat eerst zonder zelfvertrouwen. Nu straalt ze. Dat is waarvoor je het doet.”
Groeien buiten de comfortzone
Wat de verhalen van Chris, Roekmien en Hafidjan met elkaar verbindt, is het geloof dat groei plaatsvindt buiten de comfortzone. “Waar het schuurt, daar groei je,” zegt Chris. “In wat je al kunt en comfortabel voelt, daar zet je geen stap.”
Die gedachte zie je terug in de klaspraktijk. In het extra rekengesprek. In het gesprek met ouders én kind samen. In het durven adviseren om een jaar over te doen. In het blijven stellen van hoge, maar haalbare doelen.
Ruimte voor groei betekent dus niet dat alles mag en alles kan. Het betekent dat er bewust wordt gekeken naar wat nodig is om verder te komen. Dat er verwachtingen zijn, maar ook ondersteuning. Dat leerlingen zich gezien voelen en weten: mijn leerkracht gelooft dat ik dit kan.
En misschien is dat wel de belangrijkste basis voor groei. Zoals Hafidjan het zegt:
“Als het echt niet lukt, moet ik alles gedaan hebben voordat ik zeg: dit kan niet. Tot die tijd blijf ik zoeken naar hoe het wél kan.”
Binnen SCPO Lelystad krijgt ruimte voor groei zo elke dag opnieuw betekenis. In kleine stappen, grote doorbraken en in het stille vertrouwen dat ieder kind verder kan komen dan het zelf soms denkt.
